De Japanse auteur Haruki Murakami schrijft dikke en vaak prachtige boeken. Hij heeft inmiddels zeventien titels op zijn naam staan waarvan de meeste wereldwijde bestsellers waren of nog steeds zijn. Ondanks de schoonheid van zijn werk is het op ¾ vaak doorbijten geblazen. Je vergeeft de auteur zijn langdradigheid altijd wel omdat de rest gewoon te mooi is.
Norwegian Wood, de film gebaseerd op het gelijknamige boek waarmee Murakami in 1987 doorbrak, gaat over de Japanse student Toru Watanabe die verliefd wordt op Naoko, zijn oude schoolvriendin. Dat Naoko eigenlijk altijd het vriendinnetje was van hun inmiddels overleden, gemeenschappelijke vriend Kizuki lijkt in eerste instantie geen probleem. Maar naarmate Naoko zich steeds verder terugtrekt in haar eigen wereld, richt Toru zich meer op zijn eigen leven en ontmoet hij op de campus de levendige Midori.
Een film is een heel ander verhaal dan een boek. Een film kun je niet even wegleggen als je er genoeg van hebt. Die kun je niet makkelijk met een ezelsoor onder je bed schuiven of terug op de plank zetten om later weer opnieuw op te pakken. Ja, je kunt weglopen uit de film (kinderachtig!) of valsspelen door tijdens de film een kwartier te gaan snurken (slap!), maar beide opties gaan altijd ten koste van de verhaallijn.
Alhoewel… bij Norwegian Wood is dat snurken eigenlijk niet eens echt een probleem. De film gaat zo ongelooflijk langzaam, dat een klein kwartiertje dromenland niet zoveel uitmaakt. Het enige wat je dan mist zijn de mooie beelden van regisseur Tran Anh Hung. Maar daar kom je ook wel overheen, er zijn per slot van rekening genoeg films waarbij de beelden de verhaallijn versterken en niet op zichzelf hoeven staan. Jammer voor de schrijver, maar een leer voor de volgende regisseur die zich waagt aan de verfilming van een van de boeken van Murakami: geef je publiek niet het gevoel opgesloten te zitten in de bioscoop. Dat is nooit een goed teken.








