Soms moet je stukken uit een interview schrappen omdat het niet in de krant of qua onderwerp niet binnen de rest van het verhaal past. Normaal gooi je dat soort stukjes met pijn in het hart weg (kill your darlings) en kijk je er verder niet meer naar om, maar in het geval van deze monoloog uit een interview dat ik deed met cabaretier Herman Finkers kon ik dat niet. Niet eens zozeer omdat ik het honderd procent met hem eens ben, maar wel omdat het me aan het denken heeft gezet. Dit antwoord volgde op de vraag of hij zichzelf ooit in het Engels liedjes zag maken, maar pas nadat hij volmondig ‘nee‘ zei.
“Nederlanders zijn gewend aan cultuurimitatie. We hebben geen eigen muziek, dat is allemaal geleende muziek. Ook onze volksliedjes, dat zijn allemaal walsen, polka’s en marsen, maar dat komt dan weer uit Duitsland en Polen. Nu hebben we popliedjes, maar daarbij wordt heel erg geleend uit Amerika. Er is ook een tijd geweest dat, zeker in de kleinkunst en cabaret, uit de Franse chansons heel erg geleend werd. De eerste cabaretliedjes waren eigenlijk Franse chansons, maar dan met Nederlandse teksten. Dus we hebben geen muzikale traditie, we zijn geen Ierland met eigen Ierse muziek. Dus dat imiteren we en we gaan het ook nog eens zingen in een taal die niet de onze is, het Engels. Wat ik heel vreemd vind is dat een Nederlander die voor een Nederlands publiek op het podium staat met zijn praatje contact maakt in het Nederlands, en vervolgens zijn allerdiepste gevoelens gaat zingen in het Engels. Dat heb ik nooit begrepen. Daar zijn we aan gewend geraakt. Ik weet nog, dat was in de jaren zeventig al, dat ik op de veerboot naar Engeland aan de praat raakte met wat jongens uit Londen. Die vonden Nederland altijd een heel intrigerend land, zo heel dichtbij, heel klein en totaal onverstaanbaar, en die hadden iets van ‘we zijn ontzettend benieuwd naar the Dutch Culture’. En ze zeggen ‘we zetten de radio aan en willen Nederlandse muziek horen en we horen Nederlandse groepjes die in heel slecht Engels zingen, met fouten erin en uitdrukkingen die niet kloppen’. En daar waren ze heel erg verbaasd over, want je drukt je toch uit in een liedje? En dat ga je dan in een geleende taal doen.”







