Metronieuws.nl : Blogs van dagblad – Metro

All articles from: June, 2011

Win een jaarabonnement op JFK

By admin on June 30, 2011 No Comments yet

Als er één mannenblad is, dat ik als vrouw ook enorm kan waarderen, dan is het JFK wel. Ik kijk dan ook uit naar het nieuwe jubileumnummer dat vandaag verschijnt. Volgens hoofdredacteur Willem Baars de beste editie van het blad ooit.

Top fotografie

JFK is in vijf jaar uitgegroeid tot het meest succesvolle mannen-lifestyle en fashion magazine van ons land. Schitterende fotografie (van de beste fotografen van ons land: Carli Hermès, Andy Tan, Ruud Baan, Alek) is een belangrijke pijler van het blad. Ook leuk is dat de redactie van JFK alle artikelen en reportages zelf bedenkt en produceert. Er worden met andere woorden geen artikelen aangekocht in het buitenland, iets dat veel andere bladen wel doen.

Naaktserie

In dit spectaculaire jubileumnummer vind je twee sensationele series: een naaktserie van Carli Hermès met als model Ancilla Tilia én een modeserie van Ruud Baan. Verder mooie en opzienbarende interviews met Arie Boomsma, Justin Timberlake, Filemon Wesselink en natuurlijk de waanzinnige cover die ook geschoten is door Carli Hermès.

De nieuwe JFK ligt vanaf vandaag in de winkel. Wil jij een jaarabonnement winnen? Mail dan voor 7 juli naar trends@metronieuws.nl.

Categorised as: Trends

Popjournalisten moeten de digitale werkvloer op

By admin on June 28, 2011 No Comments yet

‘Twitter maakt van een band een frummeltje’, zo kopte Trouw op 26 maart 2011 boven een artikel waarin onder meer wordt gesteld dat traditionele concertrecensies onder druk staan nu iedereen optredens live recenseert. Alles zou al beleefd en beschreven zijn op Twitter, dus wat voegt een verslag van een journalist nog toe aan al die meningen? Zeker als zo’n recensie pas een dag na het concert gepubliceerd wordt. Dit is een retorische vraag voor critici, maar een mening die moeiteloos van tafel wordt geveegd door voorstanders van Twitter, die simpelweg door het medium te gebruiken beter weten. Sterker nog, die voorstanders stellen dat popjournalisten die niet actief zijn op Twitter op den duur de aansluiting met hun publiek en de actualiteit zullen missen.

Sinds het begin van Twitter op 15 juli 2006, wordt dit sociale medium meer en meer gebruikt voor het uiten van meningen over van alles en nog wat, of het nou een aflevering van X Factor is of een foto van de billen van zangeres Anouk die ze zelf online heeft gezet. Er zijn zelfs bedrijven, zoals het Amerikaanse Lithium, die geld verdienen met het monitoren en proberen te sturen van wat er op onder andere Twitter gezegd wordt over een merk. Maar ook een gratis te gebruiken initiatief als de site tweetfeel.com is er volledig op gericht om, aan de hand van een simpele zoekterm, uit te vinden hoeveel mensen op Twitter positief of negatief zijn over het ingevoerde onderwerp. Een populaire cultuurvorm als muziek is een voor de hand liggend gespreksonderwerp op een massamedium als Twitter, dus popjournalisten zullen als geen ander te maken hebben met wat bijzonder hoogleraar Journalistieke Kritiek aan de Universiteit van Amsterdam Maarten Doorman in zijn essay ‘Het woeden der kritiek’ omschrijft als “een opeenstapeling van meestal weinig interessante persoonlijke meninkjes”.

IEDEREEN RECENSENT
“Dankzij de sociale media is iedereen recensent”, stelt journalist Hans Nauta in bovengenoemd Trouw-artikel op basis van dat essay. Deze ontwikkeling wordt onderschreven en zelfs als zorgelijk gezien door mensen als Andrew Keen en Rónán McDonald, wiens respectievelijke boektitels ‘The Cult of the Amateur’ en ‘The Death of the Critic’ genoeg zeggen. Ook Erwin Blom, journalist en schrijver van het boek ‘Handboek Communities’ over de kracht van sociale netwerken, ziet die verschuiving richting de vox populi plaatsvinden, maar maakt daar juist gretig gebruik van. “Door tweets te volgen weet ik live of iets goed is of niet, dat hoef ik de volgende dag niet meer in de krant te lezen”, vertelt hij. Maar dat betekent volgens hem niet dat er voor de klassieke popjournalist binnen de nieuwe media geen taak meer is weggelegd. “Als het goed is steken popjournalisten meer tijd dan ik in het vinden van nieuwe muziek, het speuren naar nieuws en dergelijke. Als zij dat via Twitter doorgeven profiteer ik van hun werk en deskundigheid. Ik abonneer me op hun smaak en kennis.”

Job de Wit is zo’n journalist die veel gebruik maakt van nieuwe media, bijvoorbeeld sinds 7 september 2008 van Twitter. Als freelancer schrijft hij voor veel verschillende media over muziek en ook op Twitter kan hij wat dat betreft zijn ei kwijt. “Binnen de begrenzingen ja”, merkt hij daar echter over op. “Een essay van vijfduizend woorden is iets anders dan een Twitter-bericht van 140 tekens. Zoals de radio wat anders is dan televisie. Dit is gewoon weer wat nieuws. Maar het is wel een kunst om binnen die beperkingen wat zinnigs te doen. Mij ligt het wel, kort en krachtig.” Dat blijkt, want bijvoorbeeld een – volgens De Wit overigens verkeerd begrepen – teleurgestelde tweet vanaf een feestje van dj Joost van Bellen wist ooit in ieder geval Van Bellen zelf te raken. Het geeft aan dat je als popjournalist al recenserend op Twitter nog steeds van invloed kan zijn. “Ja dat is wel waar”, reageert De Wit, “want ik weet natuurlijk wel hoe ik in een paar woorden iets kan formuleren wat ergens over gaat en waar een mening in zit. Ik merk dat ik kan schrijven. Dat verschil zie je op Twitter denk ik wel tussen mensen zoals ik en Jan met de Pet.”

De Wit deed op Twitter eens een oproep om hem een accreditatie te verlenen voor een concert, zodat hij daar ter plekke een Twitter-verslag zou kunnen maken. Respons kreeg hij niet, maar De Wit heeft er sindsdien nog wel geregeld over nagedacht. “Waarom zou ik geen accreditatie voor Lowlands kunnen krijgen met 3500 volgers als ik dat een beetje actief en leuk zou doen?”, vraagt hij zich af. “Dat heb ik nooit echt gedaan, maar ik kan me voorstellen dat het interessant kan zijn. Ik merk dat mensen het heel erg leuk vinden als ik ergens ben. Je hoeft niet elke tien minuten een tweet eruit te sturen, maar even een fotootje of met een paar zinnen iets duiden mag best. Dat vind ik echt een nieuwe vorm van muziekjournalistiek bedrijven.” Zo refereert De Wit bijvoorbeeld aan Coachella, een Amerikaans popfestival waar hij dit jaar een klein beetje bij was. “Als je een paar Amerikaanse muziekjournalisten volgt die daar de hele tijd zijn, dan is dat een hele leuke manier om op de hoogte te blijven. Daarbij zien heel veel mensen dat wel en lezen vervolgens niet de recensie in de krant, iets waar festivals en platenmaatschappijen zich best wat meer bewust van mogen zijn.”

NIEUW KANAAL
Met dat laatste punt slaat De Wit de spijker op zijn kop: Twitter is een nieuw kanaal dat als zodanig beschouwd en gebruikt moet worden door popjournalisten. Daarmee vormt Twitter niet een bedreiging voor het vak, zoals OOR-verslaggever Tom Engelshoven in het Trouw-artikel zegt, maar de verrijking die zijn vakgenoot Atze de Vrieze het noemt. De Vrieze schrijft voor online muziekplatform 3VOOR12 en is sinds 2 april 2007 actief op Twitter. Hoewel hij de eerste maanden niets in het medium zag, is hij het voor zijn werk uiteindelijk toch intensief gaan gebruiken. “Als een soort publicatieplatform”, licht hij toe. “Omdat er heel veel dingen zijn waar je niks mee kan. Hier op de redactie hebben wij het bijvoorbeeld vaak over nieuwe platen en een heleboel daarvan komen nog niet uit of zijn te marginaal om er een heel stuk over te gaan schrijven, maar je wil toch graag aan mensen vertellen dat het tof is. Of het delen van links die binnenkomen, nieuws waar wij bij 3VOOR12 niet echt iets mee doen maar wat wel interessant is voor mensen. Al is het bijvoorbeeld maar dat een bepaalde artiest in Paradiso komt spelen.”

Niels Aalberts, adviseur op het gebied van met name online muziekmarketing en –promotie, noemt dit laatste het “zijn van een extra paar ogen”. “De popjournalisten die ik volg, die volg ik om de combinatie van wat ze doen en zien. Je hebt er met heel veel goede mensen die je volgt toch een extra paar ogen bij. Die zien dingen die jij niet ziet.” Met het gebruik van Twitter hebben popjournalisten volgens Aalberts dan ook zeker iets te winnen. “Buiten het feit dat ze een extra paar ogen zijn, zit het volgende stuk winst hem natuurlijk in de duiding. Mensen als Atze doen dat heel erg. En de duiding ontstaat natuurlijk ook als die mensen met elkaar gaan discussiëren. Ik denk dat je je daar als journalist enorm sterk mee kunt profileren.”

Bovenstaande heeft vooral betrekking op de zendfunctie die een journalist heeft, maar ook voor het vergaren van nieuws en informatie heeft Twitter toegevoegde waarde. “Ik krijg de hele dag door links en tips binnen van mensen uit binnen- en buitenland, dus er komen voortdurend allerlei dingen via Twitter op mij af. Het is een constante bron van communicatie en informatie”, zegt Job de Wit. “Wat Twitter voor mij heeft waargemaakt is dat je dingen vindt waarvan je niet eens wist dat je ze zocht, je wordt erop gewezen”, voegt Atze de Vrieze daaraan toe. “Ik zie het vooral als een nieuws- en informatiestroom”, zegt Niels Aalberts op zijn beurt over Twitter. “En als je dat vertaalt naar muziek is het voor mij een manier om nieuwe muziek tegen te komen.” Ontneemt een journalist als Tom Engelshoven zichzelf dus een verrijking van zijn vak, door het nieuwe kanaal Twitter niet te omarmen? “Ja dat denk ik wel”, reageert Aalberts. “Je mist heel erg veel ja”, zegt Job de Wit over popjournalisten die zich niet aan Twitter wagen. “Ik durf wel te pretenderen dat ik dichter op nieuwe muziek zit dan Tom Engelshoven.”

PR VAN HET INDIVIDU
Wat bijzonder hoogleraar Maarten Doorman nog meer stelt, is dat het gebruik van Twitter vooral dient als pr van het individu, het door Niels Aalberts al genoemde profileren. “Er is absoluut sprake van profileren van het individu”, zegt hij dan ook. “Maar als het alleen maar dat is, ‘kijk mij eens leuk zijn’, dan weet jij net zo goed als ik dat je zo iemand een week lang volgt en dan is het klaar. Als het zich beperkt tot alleen maar zenden, dan haak ik heel snel af.” “Internet gaat over communicatie”, zegt Erwin Blom daarop voortbordurend. “Twitter is een belangrijk medium voor journalisten om nieuws te vergaren en te verspreiden. Maar dat laatste werkt het beste als je met zoveel mogelijk mensen een sterke band opbouwt, dus moet je de conversatie aan willen gaan. Dat is voor veel journalisten nog lastig, maar Twitter heeft echt zijn grootste waarde als je zelf een actieve rol speelt.”

Atze de Vrieze merkt dat, zo blijkt wanneer hij reageert op de stelling van Maarten Doorman. “Natuurlijk is het deels pr van het individu, maar de grap is dat dat als journalist juist goed kan zijn. Want dat betekent in mijn geval bijvoorbeeld dat er, omdat ik over bepaalde onderwerpen heel veel Twitter, mensen zijn die het aan mij vertellen als er iets gebeurt.” En dat overkomt De Vrieze “echt elke dag”. “Een concreet voorbeeld is dat wij regelmatig schrijven over Buma/Stemra en Sena, de auteursrechtenorganisaties. Op een gegeven moment was de directeur van Sena ontslagen of opgestapt en toen volgde er een rechtszaak en bleek dat die man vijf ton vergoeding moest krijgen. Iemand wees mij daarop, die was dat tegengekomen op een juridische site waar ik anders nooit zou komen, en dat stuk hebben wij vervolgens gebracht en dat is veel gelezen. Dus iemand wijst je op iets waar je nooit zelf op zou zijn gekomen en dat is natuurlijk wat je wil als journalist, dat je bronnen hebt die jou voeden.”

Ook Job de Wit is ervan overtuigd dat de pr-functie van Twitter juist erg welkom is, maar gooit het wat argumentatie betreft over een hele andere boeg. “Tom Engelshoven heeft een baan. Dat is een van de weinige muziekjournalisten die elke maand een salaris overgemaakt krijgt, dus kennelijk doet hij het goed. Ik ben een worstelende freelancer. Misschien heeft hij het niet nodig, maar ik moet mezelf in de picture blijven houden, dus nu er heel veel mensen gebruik van maken moet ik wel op Twitter aanwezig zijn.” Maar, zo besluit Atze de Vrieze, “Je hebt ook veel mensen die voor bladen schrijven en wél actief zijn op Twitter. Je krijgt ook een gezicht als blad, dat is in toenemende mate belangrijk.”

VERDIEPING OP TWITTER
Tot slot het stokpaardje van mensen die Twitter bekritiseren, namelijk het gebrek aan diepgang, wat nou eenmaal inherent zou zijn aan de limiet van 140 tekens per tweet. “Dat is het grootste misverstand dat bestaat over Twitter, dat er geen diepgang in zit”, reageert Niels Aalberts direct geprikkeld. “Bij korte berichtjes denkt iedereen al snel dat het nooit ergens over kan gaan en dat we allemaal moeten vertellen over hoe lang we op de wc hebben gezeten en wat we vanavond eten, de klassieke kritiek die je krijgt. Maar wij weten allemaal dat het over hele andere dingen gaat, dat dit soort kritiek totaal niet de essentie grijpt. Ik vind het juist met afstand het meest diepgravende social medium dat er is. Actie, reactie, interactie, concrete dingen tot stand brengen, gedachtewisselingen met wildvreemden en bekenden, verschrikkelijk veel duiding, interpretatie, open en vrije discussie, het bevat zóveel dingen.”

“Ja dat is echt klinkklare onzin. Dat is echt flauwekul”, zegt Atze de Vrieze over het stokpaardje. “Omdat het gewoon niet zo is dat door Twitter mensen geen inhoudelijke stukken meer willen lezen. Sterker nog, het tegenovergestelde is het geval. Want door Twitter word ik juist gewezen, en hoop ik ook andere mensen te wijzen, op interessante inhoudelijke stukken die passen bij hun interesses. Als het goed is zorg je op Twitter dat je allemaal mensen volgt die interessante dingen Twitteren, anders ontvolg je ze gewoon weer, zo simpel is het. En zo werkt het denk ik ook als ik mensen wijs op de stukken die ik zelf geschreven heb of stukken die ik ben tegengekomen. Het is een manier om je publiek te bedienen en ze te wijzen op wat je doet en wat je maakt. Dus het is echt volstrekte onzin dat dat ten koste zou gaan van ons vak. Het is eerder een verrijking van ons vak.”

Hoe het komt dat een journalist als Tom Engelshoven zich toch blijft verzetten tegen nieuwe media als Twitter? “Ik denk dat hij gewoon geen flauw idee heeft, hij heeft het gevoel dat het echt alleen maar oppervlakkigheid is”, geeft De Vrieze als antwoord. “Misschien is het ook een kwestie van een generatieverschil. Ik ben niet anders gewend, ik werk ook eigenlijk alleen maar voor internet. Die dynamiek van dingen delen, het continue op zoek zijn naar nieuwe informatie en informatie die vanzelf op je afkomt proberen te stroomlijnen, dat is iets waar een nieuwe generatie mediagebruikers heel erg aan gewend is. Je gaat niet meer een blad lezen en zeven pagina’s doorwerken over Kings of Leon waar de helft niet interessant van is. Liever laat jij je uit verschillende media de dingen aanreiken die je wel interessant vindt.”

CONCLUSIE
De conclusie die hieraan vastzit kan enkel zijn dat ‘ouderwetse’ popjournalisten op den duur de aansluiting met hun publiek en de actualiteit zullen missen, zo beamen De Wit, De Vrieze, Aalberts en Blom stuk voor stuk. “Als journalist moet je willen zijn waar je publiek is en de media inzetten die je publiek gebruikt”, reageert de laatste op die stelling. De Vrieze: “Ik denk dat het internet voor de meeste mensen nu al de plek is waar ze muziek ontdekken en vinden. Er is wel een categorie mensen die nog steeds graag een blad leest en daar is ook helemaal niks mis mee, maar ik denk wel dat dat publiek steeds ouder zal worden.” Maar ook als je als popjournalist schrijft voor dergelijke bladen of kranten en internet niet als publicatieplatform gebruikt, is Twitter simpelweg een noodzakelijke aanvulling op het gereedschap dat je nodig hebt om een relevant doorgeefluik te blijven. Aalberts: “Je weet anders gewoon niet wat voor gesprekken er op de werkvloer worden gevoerd, in mijn optiek is Twitter dat.”

Edwin van Dalen

Categorised as: Muziek

Gesignaleerd (week 26)

By admin on June 27, 2011 No Comments yet

Limp Bizkit – Gold Cobra
Genre: nu metal

Het duurde even voordat ik de eerste keer op ‘play’ drukte na het binnenkrijgen van dit album, omdat ik eerlijk gezegd een beetje huiverig was voor het resultaat. Als bijna 26-jarige heb ik de hoogtijdagen van Limp Bizkit als tiener bij het volle bewustzijn meegemaakt. Sterker nog: ik liep met een rood NY-petje en Adidasjes rond op school en noemde mezelf fan. Met het ouder worden en vooral het verschijnen van de laatste twee albums Results May Vary en The Unquestionable Truth (Part 1) is dat behoorlijk bekoeld, maar met Gold Cobra revancheert Limp Bizkit zich zowaar enigszins. Natuurlijk is het allemaal niet echt meer vernieuwend wat de band uit Jacksonville doet, maar binnen hun eigen straatje hebben ze een aardige balans weten te vinden tussen het hardere werk van debuut Three Dollar Bill Yall$, de successound van opvolger Significant Other en ballads vergelijkbaar met ‘Behind Blue Eyes’. Het petje mag dus af en toe weer op, maar van nieuwe Adidasjes zal het dankzij een misser als ‘Autotunage’ hier en daar helaas niet meer komen.

Little Barrie – King of the Waves
Genre: bluesrock

Litttle Barrie, het leek zo’n bandje te worden waar een select groepje mensen van wist en hield maar dat nooit echt in het collectieve geheugen terecht zou komen. Met debuut We Are Little Barrie uit 2005 maakte het trio een fijne rammelrockplaat met verfrissende pop- en blueselementen, een prestatie die het met Stand Your Ground een jaar later op al even fijne wijze herhaalde. Daarna werd het echter stil rondom die band die om zanger en gitarist Barrie Cadogan draait. Het leek erop dat er niet echt brood in de band zat en begenadigd muzikant Barrie meer geld kon verdienen als sessiegitarist bij andere artiesten. Maar ineens zijn ze daar weer, met een album dat even eigen en fijn is als beide voorgangers, en zou het met doorgebroken bands als The Black Keys en Kings of Leon best eens tijd mogen worden voor een stapje hogerop voor Little Barrie. Dankzij de goede liedjes, eigen sound en bijzonder, herkenbare stem van de frontman is daar namelijk alle reden toe.

Beyoncé – 4
Genre: pop/r&b

Het is alweer drie jaar geleden dat Beyoncé haar ambitieuze I Am… Sasha Fierce-album uitbracht, met twee cd’s waarop ze haar rustige kant onder haar eigen naam en haar uitbundige kant onder een pseudoniem naar voren liet komen. Op dit vierde soloalbum van de megaster worden die twee kanten weer op één schijfje gecombineerd, al is het wel de rustige kant die de overhand heeft op 4. Dat is goed, want het is deze smaakvolle jas die Beyoncé het beste past. Prachtige ballads als ‘Best Thing I Never Had’, ‘I Was Here’ en albumopener ‘1+1’ laten haar stem excelleren, al klinkt het natuurlijk nog goed wanneer Beyoncé een boodschappenlijstje zingend voordraagt. Dat het geschreeuw over de ‘Pon de Floor’-beat in ‘Run the World (Girls)’ als eerste single en albumafsluiter zoveel aandacht krijgt is daardoor extra jammer, want verder is dit een coherent album waarop Beyoncé met uitzondering van ‘Countdown’ het rustig genoeg houdt om mooi te blijven.

Kaiser Chiefs – The Future is Medieval
Genre: poprock

Stel, je hebt als band 20 geweldige nummers gemaakt en komt er echt niet uit welke je daaruit moet kiezen om op het nieuwe album te zetten. Dan is het een briljant idee om alle twintig liedjes online te zetten en je fans zelf te laten kiezen. Tien willekeurige nummers in een volgorde naar keuze zijn te downloaden en worden daarmee direct als digitaal album aangeboden aan mensen die zelf te lui zijn om te kiezen. Wordt ‘jouw’ album vervolgens verkocht, dan krijg je er als samensteller nog geld voor ook. Zoals gezegd een briljant idee, mits de nummers stuk voor stuk geweldig zijn. Maar dat zijn ze in dit geval niet, zo blijkt al uit de gewone cd-versie met 13 nummers die wél door Kaiser Chiefs zelf zijn uitgekozen. Er staan wel aardige liedjes op, namelijk ‘Little Shocks’ en ‘Starts With Nothing’, maar de band mist helaas het speelse, orenschijnlijk simpele van de eerste twee albums. Leuk idee dus, maar de uitvoering schiet tekort.

Categorised as: Muziek

Het interview dat nooit geplaatst werd

By admin on June 21, 2011 No Comments yet

Omdat ik voor het afstuderen aan de School voor Journalistiek (jaja, eindelijk…) een portfolio moet samenstellen met onder andere een productie uit mijn eerste stage, kwam ik het eerste interview tegen dat ik ooit voor Metro deed, toen ik daar begin 2007 net als stagiair was begonnen. Het stuk werd echter nooit geplaatst omdat de band in kwestie, Larrikin Love, alweer uit elkaar was voordat het album in Nederland verscheen. De Word-file dateert van 11 april 2007, en nu wordt het eindelijk toch ‘geplaatst’:

Poppy folknummers met een punk-instelling

Een jaar geleden stonden de jongens van Larrikin Love al voor een volle zaal op London Calling. Op 17 mei komt hun debuutalbum The Freedom Spark pas officieel in Nederland uit. Op een hotelkamer in het centrum van Amsterdam sprak Metro met frontman Edward Larrikin en gitarist Micko Larkin. Dat hun achternamen zo op elkaar lijken is toeval. Net als de overeenkomsten met die ene bekende Engelse band waar ze al veel te vaak mee zijn vergeleken. Hun muziek omschrijven als een combinatie van het beste van Baby Shambles en Dirty Pretty Things zou dan ook flauw zijn. Beter is het om de omslachtige, maar doeltreffende formulering ‘poppy folknummers met een punk-instelling’ te gebruiken. “Mee eens, zo zou ik het ook omschrijven als iemand het mij zou vragen”, zegt Edward, die gedurende het interview praktisch als enige aan het woord zal zijn. Niet voor niets is de band vernoemt naar zijn achternaam en alles waar hij voor staat. Ook schrijft hij alle teksten en wordt hij door alles en iedereen beschouwd als creatief brein van de band. Maar de enige bijdrage van Micko deze middag is dat de rest van de band wel degelijk met hem op één lijn zit: “Zijn teksten hebben effect op de muziek die we maken, wat ik maak. Ik denk dat dat een goede manier is om te werk te gaan.”

Zo’n twee jaar geleden resulteerde die werkwijze in het eerste album. Een plaat die zich tekstueel in laat delen in drie secties: Hate, Fairytale en Freedom. En in die volgorde zijn de nummers bewust gegroepeerd. “Maar als we een nieuw album gaan maken zal er geen nieuwe sectie komen, in elk geval niet bewust. Dat was toen.” Een tijd waarin Edward vooral zijn gevoelens van dat moment wilde vangen. Eigenlijk iets dat hij met elk album probeert te doen: “Ik maakte een periode door waarbij ik op datzelfde moment op papier wilde zetten wat ik voelde, ook al had ik er geen zin in. Daardoor realiseerde ik me dat je als artiest eigenlijk een soort naslagwerk achterlaat, bestaande uit verschillende tastbare hoofdstukken. Want zo zie ik een album, als één tastbaar hoofdstuk.”

Maar als het hoofdstuk dat hier binnenkort uitkomt al zo’n twee jaar oud is, dan moet dat voelen als het herkauwen van geschiedenis. “Ja zo voelt het inderdaad”, reageert Edward, “en ik ga er niet over liegen door enthousiast te roepen dat hier ons splinternieuwe album voor je ligt. Maar ik denk dat nadat je iets gecreëerd hebt, je er al overheen bent. Natuurlijk heb je nog binding met de nummers, maar het is niet meer dat ene moment waarop je het vastlegde.” Maar daar hebben de meeste fans natuurlijk maling aan, die worden gewoon enthousiast van de muziek die het Engelse bandje maakt. “En dat maakt ook niet uit. Ik maak me geen zorgen over wat het publiek in de zaal van die momenten vindt. Al probeer je tot op zekere hoogte natuurlijk wel dat gevoel over te brengen.”

Maar wat maakt Larrikin Love dan zo anders dan de meeste andere Engels bandjes? “Als ze naar ons luisteren horen ze het meteen. Maar daarbuiten denk ik dat wij geen uitgestippeld plan hebben. We houden alle opties open met betrekking tot de richting die we muzikaal gezien op kunnen gaan. Samenwerken met Flava Flav zou dus zeker een optie zijn.” Een vraag die te maken heeft met het gezelschap in de lift voorafgaand aan het interview. De extravagante rapper van Public Enemy stond ‘met zijn hand tegen de billen van Edward aan’. Waarna bij het uitstappen de jongens van Larrikin Love even op dolenthousiaste fans leken in plaats van bekende artiesten. Gelukkig maar, je zou met de volwassen muziek en wijze uitspraken bijna vergeten dat de heren nog maar twintig zijn.

Edwin van Dalen

Kader:

    Die ene band

De zangers van Baby Shambles en Dirty Pretty Things zijn respectievelijk Pete Doherty en Carl Barât. Samen stonden ze hiervoor aan het hoofd van ‘die ene band’ The Libertines.

Categorised as: Muziek

Babyshower etiquette

By admin on June 21, 2011 No Comments yet

In Amerika zijn ze dol op: babyshowers. Laten wij nuchtere Nederlanders het vooral zien als een extra reden voor een feestje. Hierbij nog een paar handige tips voor als je je eigen babyshower organiseert.

- Zorg dat je maximaal  20 mensen uitnodigt. Oppervlakkige kennissen hebben niks te zoeken op jouw babyshower. Het is een feestje voor intimi! En eigenlijk vooral voor vriendinnen en gay best friends. De meeste mannen doen écht liever iets anders op een zondagmiddag…

- Organiseer je een babyshower niet alleen voor het eerste kind. Tegenwoordig zie je steeds vaker showers voor het tweede, derde en misschien wel vierde kind. En waarom ook niet? Een babyshower is de perfecte manier om je vrienden te betrekken bij je zwangerschappen.

- Het lijkt een open deur, maar maak er écht een feestje van. Versier je huis, laat een speciale taart of cupcakes maken, zet meerdere soorten thee… Met een stuk vlaai kom je niet weg.

- De drie beste tijdstippen voor een babyshower? Het einde van de ochtend (brunch!), begin van de middag (lunch!) of eind van de middag (high tea). Plan je shower bij voorkeur niet ’s avonds. Vooral omdat je tijdens de laatste maanden van je zwangerschap flink moe kunt zijn aan het einde van de dag…

Categorised as: Trends

Wat Wij Moeten Weten, deel 1

By admin on June 21, 2011 No Comments yet

Titel: Wat Wij Moeten Weten, deel 1

Auteur: Willy Linthout

Uitgever: De Bezige Bij

Prijs: 11,95 euro

Genre: Graphic novel

Beoordeling: * *

Urbanus-tekenaar Willy Linthout verraste in 2007 met het autobiografisch getinte Jaren Van De Olifant, over de geestelijke problemen van een vader na de zelfmoord van zijn zoon. Het boek werd vervolgd in De Leveling.

Datzelfde geldt enigszins voor het nu verschenen eerste deel van de serie Wat Wij Moeten Weten: Solden In Griekenland. Linthout verwerkt autobiografische elementen uit het ‘echte’ Vlaamse leven in een surrealistisch verhaal. De kenmerkende in potlood getekende platen zijn prachtig, maar datzelfde geldt niet bepaald voor het verhaal. Het gedrag van de hoofdpersonen zijn zo verwarrend, waardoor het amper mogelijk is je als lezer in te leven in het verhaal.

Mogelijk dat het tweede deel meer houvast biedt, maar dat doet dit deel in alle eerlijkheid nergens.

RUBEN EG

Categorised as: Strips

SOS S1ngle

By admin on June 21, 2011 No Comments yet

Titel: SOS S1ngle

Auteur: Hanco Kolk, Peter de Wit

Uitgever: De Harmonie

Prijs: 12,50 euro

Genre: Strip

Beoordeling: * * * *

SOS S1ngle beslaat het negende jaar van de populaire krantenstrip over de drie vrijgezelle Fatima, Nienke en Stella. Dat het duo Hanco Kolk en Peter de Wit het inmiddels al tien jaar volhoudt met de dagstrip is sowieso een groot compliment waard.

Hoewel er nog altijd erg wordt gesukkeld met het vrijgezellenbestaan, is in dit deel de veranderende karakters van de drie hoofdpersonen duidelijk zichtbaar. Met name femme fatale Stella groeit iets meer op, hetgeen wordt geuit in het dragen van een bril. Fatima en Nienke belanden ondertussen uit ergernis over de aandacht voor het WK-voetbal bij elkaar in bed.

Wat er zich echter tussen de lakens precies afspeelt blijft overigens een buitengewoon prikkelend mysterie.

RUBEN EG

Categorised as: Strips

Gesignaleerd (week 25)

By admin on June 20, 2011 No Comments yet

Jill Scott – The Light of the Sun
Genre: soul

Een paar jaar lang lag haar focus meer op het acteren, maar getuige haar nieuwe album The Light of the Sun mogen de fans blij zijn dat Jill Scott haar liefde voor muziek niet uit het oog verloren is. Voor de mensen die niet bekend zijn met het werk van deze zangeres uit Philadelphia: denk aan Angie Stone en de vroege Erykah Badu. Op dit vierde album uit het oeuvre van mevrouw Scott zijn geen nummers te vinden die zich na één keer luisteren in je hoofd nestelen en het tot radiohit zullen schoppen, maar als geheel is deze plaat een pareltje dat zich aardig kan meten met haar debuut Who is Jill Scott?. Net als dat album vormt The Light of the Sun een mooi geheel dat zich perfect leent voor een zwoele zomerdag, waarbij je na afloop van de draaibeurt baalt van het feit dat die niet langer duurt.

Marc Broussard – Marc Broussard
Genre: soul

Voor ondergetekende kwam hij met dit album plotseling om de hoek kijken: Marc Broussard. Direct kwam een associatie met Daniel Merriweather naar boven, omdat Broussard qua stem, muziek en uiterlijk erg dichtbij de Australische soulzanger staat. Net als Merriweather op zijn debuutalbum Love & War deed, combineert Broussard op dit naar zichzelf vernoemde album rustige ballads met uptempo tracks die stuk voor stuk gedragen worden door zijn aangename stem en te scharen vallen onder de noemer ‘neo soul’. Even Googlen leert ons overigens dat Marc Broussard in één ding duidelijk afwijkt van zijn genregenoot: dit is al het vijfde album van de Amerikaan. Er valt dus nog veel meer moois te ontdekken van dit slechts 29-jarige talent (waarmee hij trouwens op een maand en drie dagen na exact even oud is als Daniel Merriweather…).

Simple Plan – Get Your Heart On!
Genre: poppunk

Simple Plan heeft goed begrepen hoe je het gras voor de voeten van critici weg moet maaien, door op de voorkant van hun nieuwe album een jong meisje te portretteren dat op haar slaapkamer idolaat ligt te zijn van haar favoriete band. Maar het is natuurlijk helemaal niet erg dat Simple Plan zich met catchy melodietjes en teksten over liefde vooral op die doelgroep richt, erger is dat de band op Get Your Heart On! een keer of acht hetzelfde liedje in een net iets ander jasje steekt. Dat betekent niet dat die liedjes echt slecht zijn, maar pik twee hoogvliegers als ‘Jet Lag’ en ‘You Suck At Love’ eruit en de gemiddelde luisteraar zal voldaan zijn. De heren proberen wel wat af te wisselen overigens, maar de ballads ‘Austronaut’ en ‘Gone Too Soon’ klinken echt té zoetsappig en lijken bovendien ook weer op elkaar. Het reggae-georiënteerde ‘Summer Paradise’ met K’naan varieert wél op positieve manier, maar heeft net iets teveel weg van ‘Count on Me’ van Bruno Mars. Erg origineel is het dus allemaal niet.

Digitalism – I Love You, Dude
Genre: electro

In de populaire voetsporen van het Franse Justice volgden vier jaar geleden soortgelijke herenduo’s als Simian Mobile Disco uit Engeland en Digitalism uit Duitsland, wiens albums alle drie nagenoeg tegelijkertijd uitkwamen. De Duitsers wisten zich toen te onderscheiden door veel zelf ingezongen teksten op een bodem wat meer futuristische beats dan hun collega’s en komen nu, net als Justice, in 2011 met een opvolger. Waar die van Justice nog moet verschijnen, kwam Simian Mobile Disco in 2009 met een opvolger waarop gelukkig enige muzikale ontwikkeling op te bespeuren viel. Dat is iets wat we bij Digitalism helaas niet kunnen zeggen. Ze proberen het wel, met bijvoorbeeld het Prodigy-achtige ‘Reeperbahn’, maar voelen zich duidelijk het meest comfortabel in hun eigen straatje. Dat doen ze weer aardig, maar we zijn inmiddels toch echt vier jaar verder en binnen de dance tellen die op zijn minst dubbel.

Categorised as: Muziek

Kledingtips voor brede mannen

By admin on June 16, 2011 No Comments yet

Ben je breed gebouwd en wil je er goed gekleed bijlopen? Dan zijn dit handige tips!

-       Probeer jezelf niet te verstoppen door bijvoorbeeld alleen maar zwarte kleding te dragen.

-       Wees niet te snel tevreden. De meeste brede mannen zijn vaak al lang blij dat een kledingstuk past. Jammer, je mag echt meer eisen stellen aan de kleding die je draagt.

-       Draag nooit te krappe of juist te wijde kleding.

-       Vermijd double breasted jasjes.

Je goed laten adviseren kan bij speciaalzaak Mooxx. Op hun website vind je de adressen van alle Mooxx winkels: www.mooxx.net

Categorised as: Trends

Gesignaleerd (week 24)

By admin on June 14, 2011 No Comments yet

Fink – Perfect Darkness
Genre: singer-songwriter

Sommige artiesten hebben de gave om een plaat lang te niet heel veel variatie aan te brengen in de muziek maar je toch van begin tot eind te grijpen. Dergelijke artiesten verschillen natuurlijk per persoon, maar bij ondergetekende vallen José González en Fink in deze categorie. Wat ze doen is eigenlijk hetzelfde: vertrouwen op kinderlijk eenvoudig klinkend fingerpicking gitaarspel en een bloedmooie, zuivere stem. De combinatie is bijzonder rustgevend en net als bij zijn vorige platen vormt de nieuw van Fink daar geen uitzondering op. Dat al die platen daardoor misschien een beetje op elkaar gaan lijken kan voor sommige mensen een kwalijk gevolg zijn, maar als je als luisteraar na afloop van het album opschrikt en ervan baalt dat de trip weer voorbij is, dan heb je als artiest iets goed gedaan. En dat is precies het geval met Perfect Darkness.

Categorised as: Muziek